• Je bestelling binnen 2 tot 3 werkdagen in huis
  • Gratis verzending vanaf € 50,-. Geen verzendkosten voor natuurlijke vijanden.
Winkelwagen 0
Winkelwagen

Er zit nog helemaal niets in je winkelmandje.

Hulp nodig?

Slakken

Slakken houden van milde, vochtige omstandigheden. Het grootste deel van hun leven verblijven slakken onder de grond. Als het vochtig weer is komen slakken ook boven de grond.

Schade van slakken

Slakken eten in de bodem vooral dood organisch materiaal, daarnaast eten ze ook wortels van planten en gras. Bovengronds zie je de schade van de slakken door slijmsporen en vraatschade aan bijvoorbeeld hosta’s, stokrozen, dahlia’s en aardbeien. Slakken zijn eenvoudig en ondergrond te bestrijden. Met aaltjes tegen slakken bestrijd je de slakken ondergronds.

Wanneer bestrijd je slakken?

Slakken leven vooral onder de grond. Door vroeg in het voorjaar te bestrijden, kan de plaag vanaf het begin de kop in gedrukt worden. Heb je jaarlijks veel last hebben van slakken, dan kun je het beste vroeg in het voorjaar de aaltjes toepassen. Een tweede optie is om te bestrijden op het moment dat de schade zichtbaar wordt. 

Ecologisch bestrijden

Slakken kun je ecologisch verantwoord en effectief bestrijden met de aaltjes tegen de slakken. Dit is de natuurlijke vijand die de plaag binnen één tot drie dagen uitschakelt. Effectief en gifvrij. 

Plaaginformatie

Hoe en wat richten ze aan?

Slakken behoren tot de Gastropoda. Deze naam is afkomstig van de oud-Griekse woorden ‘gastēr’ wat maag betekent en ‘pous’ wat poot betekent. De naam is een verwijzing naar de manier waarop slakken voortbewegen. Wereldwijd zijn er zo’n 70.000 verschillende slakken waarvan de meesten in zee leven. In Nederland leven een stuk of 20 verschillende soorten naaktslakken en meer dan 150 soorten huisjesslakken. 

Wat eten slakken?

Slakken zijn een stuk diverser dan je misschien in eerste instantie denkt. Natuurlijk zijn er naaktslakken en huisjesslakken maar ook hun voedselvoorkeur loopt sterk uiteen.  Zo zijn er aaseters, jagende slakken, planteneters en slakken die uitsluitend dood organisch materiaal eten. De meeste slakken spelen hiermee een hele belangrijke rol in de organische kringloop en zijn totaal geen bedreiging voor de planten in de tuin. De slakken die wel planten eten hebben een voorkeur voor planten met vlezig blad zoals dahlia’s, hosta’s maar ook slaplanten en natuurlijk aardbeien. 

Eigenschappen van slakken

Een vrij bijzondere eigenschap van slakken is dat ze hermafrodiet zijn. Dit wil zeggen dat elk individu zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen heeft. Tijdens het paren worden vaak beide slakken bevrucht. De eitjes (enkele honderden) worden in de bodem gelegd maar soms ook onder bladeren of stenen. Uit de eitjes kruipt binnen een maand een mini slak die groeit en zelf gaat voortplanten. De meeste slakken worden niet ouder dan een jaar maar er zijn uitzonderingen. De wijngaardslak (Helix pomatia) die soms gegeten wordt kan wel 30 jaar oud worden. 

Slakken bestaan voor een groot deel uit water. Dit is dan ook de reden dat je ze tijdens droge perioden vrijwel niet ziet. Ze leven dan verscholen onder bijvoorbeeld de strooisel laag of onder de grond om uitdroging te voorkomen. Ook het slijm dat slakken produceren helpt voorkomen dat een slak uitdroogt. Ook zorgt het slijm ervoor dat een slak gemakkelijk voort kan glijden. 

De gewone tuinslak

In de tuin is de gewone tuinslak (Cepaea nemoralis) met zijn gele of bruine huisje een frequente bezoeker. De gewone tuinslak wordt overal in Nederland gevonden en heeft een voorkeur voor levende planten zoals brandnetel en boterbloem. De gewone wegslak (Arion rufus) is een bekende naaktslak in ons land. Hij komt in tal van kleuren voor maar de voet (gespierde lichaam van de slak) heeft altijd een oranje rand. De gewone wegslak kan wel 20 centimeter lang worden. 

Slakken eten in de bodem vooral dood organisch materiaal, maar ook wortels van planten en gras. De aanwezigheid van slakken is te herkennen aan de slijmsporen, daarnaast vaak aan vraatschade aan bijvoorbeeld hosta’s, stokrozen, dahlia’s en aardbeien.

Vraatschade aan wortels van planten en gras

Slakken eten in de bodem vooral dood organisch materiaal, maar ook wortels van planten en gras. 

Vraatschade aan bladeren
Kenmerken plaag in de tuin
Vraatschade aan wortels van planten en struiken

Slakken bestrijden

Slakken bestrijden

Aaltjes zijn natuurlijke vijanden van slakken en bestrijden deze. In de bodem zoeken aaltjes actief naar slakken. Wanneer ze deze hebben gevonden, dringen ze binnen via een natuurlijke opening, de verdikking op de rug van de slak. Eenmaal binnen vermenigvuldigen de aaltjes zich. Een aangetaste slak herken je aan de opgezwollen plek, ook wel mantel genoemd, achter zijn kop.

Een paar dagen na het ontstaan van de opgezwollen plek, stopt de slak met eten waarna hij sterft. Dit proces blijft zo doorgaan, zolang er voldoende slakken (voedselbronnen) zijn voor de aaltjes en de bodemtemperatuur niet te laag wordt. Zodoende worden er telkens meer slakken bestreden.

Tegelijk bovengronds bestrijden

Het beste bestrijd je de slakken tegelijk bovengronds met Escar-Go. Strooi de korrels bij voorkeur 's avonds of na een regenbui. 

Toepassingsperiode

Het hele jaar

Bodemtemperatuur tenminste 5°C

De aaltjes om slakken mee te bestrijden kunnen het hele jaar toegepast worden, als de bodemtemperatuur maar tenmiste 5°C is. De bodem moet ook zeker 2 weken na gebruik van de aaltjes nog 5°C zijn. De aaltjes overleven ongeveer 6 weken in de grond. Heb je daarna nog steeds last van een slakkenplaag? Dan is een tweede toepassing aan te raden.

Meeste slakkenschade in het voor- en najaar

Niet alle slakken leggen hun eitjes op hetzelfde moment waardoor er altijd slakken van verschillende groottes (oftewel leeftijd) aanwezig kunnen zijn. Toch veroorzaken slakken de meeste schade in het vochtige voorjaar (vooral na een milde winter) en het najaar. Daarom altijd het advies om in het voorjaar de slakken te bestrijden, dit kan een grotere plaag voorkomen.

 

Video

Bekijk meer informatie over Slakken

Slakken zijn tweeslachtig, dit wil zeggen dat elke slak mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen heeft. Na de paring kunnen beide slakken enkele honderden eitjes produceren. In de tuin zijn ze te herkennen aan een bultje witte bolletjes die bij elkaar liggen. Vaak leggen ze hun eitjes in kleine groepjes van enkele tientallen eitjes op een beschutte, vochtige plaats. Eén slak kan wel 500 eitjes leggen. Dit betekent dat één slak dus zomaar 250.000 ‘kleinkinderen’ kan krijgen. De eitjes zijn wit doorschijnend en komen ongeveer drie weken later uit. Na twee maanden zijn de jonge slakken volwassen en kunnen ze zelf eitjes leggen.

Doordat elke slak vele eitjes legt, kunnen ze snel een plaag worden. Bestrijden is dan nodig. Door vroeg in het seizoen de slakken te bestrijden, bestrijd je het effectiefst.